Turn On Javascript please for correct site working!

TEL  016/820 700
CONTACT

 

Objectieve aansprakelijkheid brand & ontploffing

Objectieve Aansprakelijkheid Brand en Ontploffing

De ‘objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing’ is zoals het contract arbeidsongevallen een wettelijk verplichte verzekering.
De term ‘objectieve aansprakelijkheid’ verwijst naar het feit dat een schadelijder geen fout dient te bewijzen uit hoofde van de uitbater of houder van een onderneming of inrichting om zijn of haar lichamelijke en stoffelijke schade vergoed te krijgen ingevolge een brand of ontploffing die zich in die inrichting heeft voorgedaan. Bijgevolg is de uitbater van een voor publiek toegankelijke inrichting automatisch gehouden tussenkomst te verlenen voor de gelegen schade, zelfs indien deze uitbater of houder geen enkele fout begaan heeft.

Deze maatregel heeft tot doel schadelijders de lijdensweg te besparen het bewijs van fout door een derde te leveren en het oorzakelijk verband tussen deze fout en diens geleden schade aan te tonen.

Deze "verplichte" verzekering is ingevoerd sinds de wet van 30 juli 1979 maar is pas in uitvoering gebracht op 1 maart 1992.

De verzekerde kapitalen die de wet oplegt zijn aanzienlijk:

  • € 15.000.000 voor de lichamelijke schade per schadegeval, en
  • € 750.000 voor de stoffelijke schade per schadegeval.

Bij het afsluiten van de polis is de verzekeringsmaatschappij verplicht een verzekeringsattest af te leveren dat moet worden overgemaakt aan de burgemeester.

Welke inrichtingen vallen onder toepassing van deze wet:

  • Dancings, discotheken en alle openbare gelegenheden waar gedanst wordt
  • Restaurants, frituren en drankgelegenheden, wanneer de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 50 m2 bedraagt
  • Hotels en motels met ten minste 4 kamers en die ten minste 10 klanten kunnen ontvangen
  • Kleinhandelswinkels waarvan de verkoopruimte en de aanpalende opslagruimte een totale oppervlakte van ten minste 1000 m2 hebben
  • Jeugdherbergen
  • Artistieke cabarets en circussen
  • Bioscopen en theaters
  • Casino’s
  • Culturele centra
  • Polyvalente zalen voor ondermeer voorstellingen, openbare vergaderingen en sportmanifestaties
  • Sportzalen
  • Schietstands
  • Stadions
  • Handelsbeurzen en tentoonstellingszalen
  • Gesloten kermisinstallaties waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 100 m2 bedraagt
  • Opblaasbare structuren
  • Handelsgalerijen waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte gelijk is aan of groter is dan 1000 m2 
  • Pretparken
  • Ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen
  • Serviceflatgebouwen, woningcomplexen met dienstverlening en rusthuizen voor bejaarden
  • Inrichtingen voor onderwijs en beroepsopleiding
  • Kantoorgebouwen waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 500 m2 bedraagt
  • Stations, het geheel van metronetwerken en luchthavens
  • Gebouwen voor de uitoefening van erediensten, waarvan de totale voor het publiek toegankelijke oppervlakte ten minste 1000 m2 bedraagt
  • Gebouwen van de Hoven en de Rechtbanken